‘Ik weiger me neer te leggen bij een kille diagnose: ik ga vechten tot de laatste snik om tot die ene procent te behoren!’ – Precies een jaar na het vernietigende medische oordeel verbaast Freek Rikkerink (33) vriend en vijand met zijn onbreekbare levenslust, terwijl hij de angstaanjagende cijfers recht in de ogen kijkt en blijft hopen op een wonder…
Precies een jaar nadat Freek Rikkerink te horen kreeg dat hij uitgezaaide longkanker heeft en niet meer beter wordt, weigert de 33-jarige zanger zich neer te leggen bij het sombere medische oordeel. Waar een dergelijke diagnose voor velen het einde van alle hoop zou kunnen betekenen, probeert Freek juist iedere dag opnieuw te ontdekken wat nog wél mogelijk is. “Ik heb ook zeker geen berusting. Ik heb juist zoiets van: wat kan ik dan wel doen om bij die 1 procent te horen?” Zijn woorden getuigen van een opmerkelijke levenslust, maar ook van een diepe vastberadenheid om de angstaanjagende cijfers niet zijn hele toekomst te laten bepalen.
Een jaar na het vernietigende nieuws
Het moment waarop Freek en zijn omgeving te horen kregen dat hij ongeneeslijk ziek is, heeft zijn leven voorgoed veranderd. De eerste weken na de diagnose beschrijft hij als een soort rouwproces. Plotseling werd hij geconfronteerd met een werkelijkheid waar niemand op zo’n jonge leeftijd rekening mee wil houden.
Toch bleef hij daar niet in hangen. Nadat de eerste schok enigszins was gaan liggen, besloot Freek zijn aandacht te richten op alles wat nog binnen zijn bereik lag. Hij ging lezen, luisterde naar verhalen van andere mensen met kanker en zocht naar voorbeelden die hem hoop konden geven.
Die zoektocht veranderde langzaam zijn manier van kijken naar zijn ziekte. In plaats van zichzelf uitsluitend te zien als iemand met een dodelijke diagnose, probeert Freek te blijven kijken naar de persoon die hij daarvoor ook was: een jonge man met plannen, dromen, muziek en een leven dat nog altijd doorgaat.
‘Ik voel me helemaal niet ongeneeslijk ziek’
Wat misschien nog het meest opvalt, is de manier waarop Freek zelf zijn huidige toestand ervaart. Ondanks de medische realiteit zegt hij dat hij zich fysiek en mentaal momenteel “heel goed” voelt.
“Ik ben er druk mee bezig om dat zo te houden”, vertelt hij openhartig.
Voor Freek is dat verschil tussen een medische diagnose en hoe iemand zich daadwerkelijk voelt belangrijk. Volgens hem bestaat er niet één vast beeld van een kankerpatiënt. Iedereen reageert anders op ziekte, behandelingen en de omstandigheden waarin iemand terechtkomt.
“Iemand die zwaar onder de chemo of bestraling zit, kan zich heel anders voelen dan dat ik me voel”, legt hij uit. Juist daarom wil hij zichzelf niet voortdurend herinneren aan het label dat artsen op zijn situatie hebben geplakt.
Dat betekent niet dat hij de ernst van zijn ziekte ontkent. Integendeel. Freek weet maar al te goed welke werkelijkheid er tegenover hem staat. Maar hij weigert om zijn hele identiteit door die werkelijkheid te laten bepalen.
Geen berusting, maar een gevecht om hoop
Misschien is dat wel de belangrijkste verandering die het afgelopen jaar bij Freek heeft plaatsgevonden. Waar de diagnose aanvankelijk vooral als een enorme klap binnenkwam, heeft hij inmiddels een andere manier gevonden om ermee om te gaan.
Hij wil niet voortdurend “vechten” tegen het leven, omdat hij vreest dat hij daardoor in een eindeloze worsteling terechtkomt. Tegelijkertijd betekent dat volgens hem absoluut niet dat hij zich bij zijn lot neerlegt.
“Ik heb ook zeker geen berusting”, zegt hij. “Ik heb juist zoiets van: wat kan ik dan wel doen om bij die 1 procent te horen?”
Die ene procent is voor Freek meer dan een getal. Het staat voor de mogelijkheid dat zijn verhaal anders kan verlopen dan verwacht. Voor de ruimte om te blijven hopen, zelfs wanneer de statistieken weinig reden tot optimisme geven.
En juist daarin schuilt zijn opvallende kracht: hij kijkt de cijfers niet weg, maar weigert ze als een definitief vonnis over zijn leven te beschouwen.
Van voeding en slaap tot nieuwe inzichten
Sinds zijn diagnose probeert Freek bovendien bewuster met zijn lichaam om te gaan. Hij let beter op zijn voeding en slaap en verdiept zich in manieren om zowel lichamelijk als mentaal zo sterk mogelijk te blijven.
Ook zijn zoektocht naar nieuwe inzichten bracht hem ver buiten zijn vertrouwde omgeving. Zo reisde hij onlangs naar Denver in de Verenigde Staten, waar hij zich een week lang verdiepte in meditatie en de ideeën van Dr. Joe Dispenza over de wisselwerking tussen brein en lichaam.
Voor Freek vormt die zoektocht onderdeel van een groter proces: ontdekken wat hem houvast geeft en welke dingen hem helpen om iedere nieuwe dag met zoveel mogelijk energie tegemoet te treden.
Daarbij kijkt hij ook naar verhalen van andere mensen met kanker. Mensen die ondanks sombere vooruitzichten een onverwachte weg hebben afgelegd, geven hem hoop.
“Ik ben veel boeken gaan lezen en video’s gaan kijken van mensen die toch op een ongelooflijke manier genezen zijn”, vertelt hij. “Daar haal ik veel kracht uit.”
Muziek moet geen therapiesessie worden
Ook op het podium probeert Freek zijn ziekte niet voortdurend centraal te stellen. De muziek van Suzan & Freek heeft door zijn situatie voor veel luisteraars een extra emotionele betekenis gekregen. Liedjes kunnen ineens anders binnenkomen wanneer het publiek weet wat de zanger privé doormaakt.
Dat merkt Freek zelf ook. Toch wil hij voorkomen dat ieder optreden verandert in een emotionele confrontatie met zijn ziekte.
“Ik wil niet die wiskundeleraar worden voor de klas die instort”, zegt hij. Emoties mogen er zijn, maar een optreden moet volgens hem geen therapiesessie worden.
Daarin verschillen Freek en Suzan soms van elkaar. “Zij voelt wel meer. Ik ben meer van de ratio en zij meer van het gevoel.”
Juist die verschillende manieren van omgaan met de situatie lijken elkaar ook aan te vullen. Waar de één meer vanuit emotie reageert, probeert de ander structuur en nuchterheid te bewaren. Ondertussen blijft de muziek een plek waar ze samen verder kunnen.
‘Als je iets nu vet vindt, laten we het nu doen’
Misschien wel één van de meest ingrijpende lessen die Freek uit het afgelopen jaar heeft meegenomen, is dat uitstellen ineens een heel andere betekenis heeft gekregen.
Dingen waarvan hij vroeger dacht dat ze later wel konden, voelen nu minder vanzelfsprekend. Daarom probeert hij niet langer eindeloos te wachten op het perfecte moment.
“Als je iets nu vet vindt, laten we het nu doen.”
Het is een eenvoudige uitspraak, maar achter die woorden schuilt een compleet veranderde kijk op het leven. Freek wil niet voortdurend bezig zijn met wat misschien ooit komt. Hij wil zoveel mogelijk beleven zolang hij daar de mogelijkheid toe heeft.
Een reis, een ervaring, een plan of simpelweg een moment samen met mensen die hem dierbaar zijn: waarom wachten als het vandaag kan?
Recht tegenover de angstaanjagende cijfers
Een jaar na zijn diagnose staat Freek daarmee op een opmerkelijk kruispunt. Aan de ene kant is er de harde medische werkelijkheid die hij nooit volledig kan negeren. Aan de andere kant is er de man die zegt dat hij zich helemaal niet ongeneeslijk ziek voelt en die nog altijd plannen maakt.
Dat contrast maakt zijn verhaal zo aangrijpend.
Freek weet dat hoop geen garantie biedt. Hij weet dat niemand hem kan beloven hoe zijn toekomst eruitziet. Maar voor hem betekent onzekerheid niet dat hij moet ophouden met leven.
Zijn kracht lijkt juist te liggen in het feit dat hij beide werkelijkheden naast elkaar durft te laten bestaan: de angst voor wat komen kan én het verlangen om vandaag nog voluit te leven.
Een wonder hoeft niet groot te beginnen
Waar anderen misschien vooral het getal en de prognose zien, probeert Freek te kijken naar de ruimte die nog overblijft. Naar de dagen waarop hij zich goed voelt. Naar de muziek. Naar Suzan. Naar de mensen om hem heen. Naar nieuwe ervaringen en kleine momenten die ineens een veel grotere waarde krijgen.
Zijn hoop op die ene procent is daarom niet alleen een strijd tegen statistieken. Het is ook een manier om zichzelf eraan te herinneren dat zijn leven niet gereduceerd mag worden tot één medische uitspraak.
Precies een jaar na het vernietigende nieuws kiest Freek er nog altijd voor om vooruit te kijken. Niet omdat hij bang is om de werkelijkheid onder ogen te zien, maar omdat hij weigert zijn levenslust eraan op te offeren.
En misschien is dat uiteindelijk zijn krachtigste boodschap: zolang er nog een dag is om te leven, een lied om te zingen, een droom om na te jagen of een ervaring om mee te maken, wil Freek die dag niet zomaar laten voorbijgaan. De cijfers mogen angstaanjagend zijn. Zijn hoop is dat voorlopig niet.


